Wanneer iemand failliet wordt verklaard, verliest hij de beschikking over zijn vermogen. De curator heeft in de meeste gevallen wel hulp nodig om het faillissement te kunnen afwikkelen van de gefailleerde zelf. De gefailleerde is wettelijk verplicht die hulp aan de curator te geven. In de praktijk wordt dat niet altijd gedaan. Om medewerking af te dwingen heeft de wetgever de curator een aantal bijzondere bevoegdheden gegeven.

De wettelijke plicht om mee te werken en inlichtingen te geven
De wet is duidelijk: een gefailleerde moet de curator gevraagd en ongevraagd alle medewerking verlenen bij het beheer en de afwikkeling van de boedel. Dat staat in de artikelen 105 en 105a van de Faillissementswet. In het concrete geval betekent dat dat de gefailleerde alle vragen van de curator eerlijk en volledig moet beantwoorden, de volledige administratie - dus alle boeken, bescheiden, digitale bestanden - onmiddellijk aan de curator moet overdragen en uit zichzelf melding moet maken van feiten die voor de boedel van belang kunnen zijn. Dat kan bijvoorbeeld gaan om bezittingen in het buitenland, of buitenlandse bankrekeningen. Het betreft dus een plicht om de curator proactief te informeren.

Wat als iemand niet meewerkt?
Als de gefailleerde geen medewerking verleent, geeft de wet de curator en de rechter-commissaris bijzondere bevoegdheden om die medewerking af te dwingen.

Zo kan de rechter-commissaris de gefailleerde oproepen voor een faillissementsverhoor. Het faillissementsverhoor is een verhoor achter gesloten deuren, waarbij de rechter-commissaris en de curator de gefailleerde, maar ook eventuele getuigen, kunnen ondervragen over alles wat het faillissement betreft. Volgens de Hoge Raad dient het verhoor ertoe opheldering te verkrijgen over alle omstandigheden die het faillissement betreffen.[1]

Verder kan de rechtbank de gefailleerde ook gijzelen, de zogenoemde inbewaringstelling. Dat is een zeer ingrijpende maatregel. Als een gefailleerde zijn verplichtingen stelselmatig niet nakomt, kan de rechter bevelen dat hij wordt vastgezet. De gefailleerde zal dan worden opgepakt door de politie en in een huis van bewaring worden geplaatst. Het gaat niet om een strafmaatregel, maar een dwangmiddel om medewerking te bewerkstelligen. Zodra de gefailleerde alsnog volledig openheid van zaken geeft, kan de bewaring worden opgeheven. In een zaak bij Rechtbank Overijssel werd de bewaring meerdere malen verlengd, omdat de gefailleerde zijn verklaringen telkens aanpaste naarmate de curator nieuwe informatie boven tafel kreeg, maar nooit zelf het initiatief nam om volledig open kaart te spelen.[2]

Strafrechtelijke gevolgen
Wie zijn inlichtingen- of administratieplicht opzettelijk schendt, riskeert ook een strafrechtelijke veroordeling. De rechtbank veroordeelde in Rechtbank Limburg een gefailleerde die tweeënhalve maand lang weigerde zijn administratie aan de curator te overhandigen, ook al wist hij dat die administratie nog in een garagebox lag. Hij kreeg een voorwaardelijke taakstraf opgelegd.[3]

Kortom
Iemand die failliet is verklaard, dient de curator naar behoren te informeren. De wet verplicht de gefailleerde tot volledige en actieve medewerking. Wie dat nalaat, kan worden verhoord, vastgezet en zelfs strafrechtelijk vervolgd.


[1] Rechtbank Limburg 1 december 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:11887.

[2] Rechtbank Overijssel 12 januari 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:223.

[3] Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:286, r.o. 3.7.