Helaas heeft iedereen er wel eens mee te maken, zakelijk of privé: een probleem met een ander. Over bijvoorbeeld een gekocht product, een afgenomen dienst of een overeenkomst. Of bijvoorbeeld problemen op het werk, in de woonomgeving of relatie- en familieproblemen. Al deze problemen vallen onder het “civiele” recht, ook wel privaatrecht genoemd. Meestal worden deze civiele problemen onderling opgelost, zonder dat de rechter daarbij komt kijken. Maar het lukt niet altijd om het samen op te lossen, waardoor het onvermijdelijk wordt om naar de rechter te gaan.

In Nederland kennen we verschillende soorten civiele rechters: de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad (en de rijdende rechter, maar die laten we hier even buiten beschouwing 😉). De rechtbank zal vrijwel altijd eerst over een geschil oordelen. Normaal gesproken wordt er bij de rechtbank door één rechter beslist hoe het geschil tussen twee (of meer) partijen moet worden opgelost. Dat doet de rechter in een beschikking of vonnis. Dat is een schriftelijk stuk waarin de rechter opschrijft wat er precies tussen partijen aan de hand is (de feiten) en hoe dit juridisch moet worden opgelost (de beoordeling door de rechter).

Als partijen zich niet (kunnen) neerleggen bij de uitspraak van de rechtbank, dan hebben ze de mogelijkheid om tegen dit oordeel in hoger beroep te gaan bij het gerechtshof. Bij het gerechtshof zitten drie rechters, die samen moeten beslissen hoe in een dossier het geschil juridisch moet worden opgelost. Anders dan bij de rechtbank noemen ze het schriftelijke stuk waarin ze dat doen een arrest.

Ook dan is het natuurlijk mogelijk dat partijen het niet eens zijn met de uitspraak (het arrest) dat het gerechtshof wijst. Ze hebben dan nog één laatste mogelijkheid om iets aan de uitspraak te doen, namelijk bij de Hoge Raad. Ze noemen dat het instellen van cassatie. De Hoge Raad is het hoogste rechterlijke orgaan in Nederland in civiele procedures. Zij kijkt of het recht goed is toegepast door de rechtbank en/of het hof en beoordeelt niet de feiten. Als de Hoge Raad vindt dat het recht niet goed is toegepast, zal ze de zaak terugverwijzen naar het gerechtshof zodat die opnieuw een oordeel kan geven.

Uit onderzoek is gebleken dat particulieren die een geschil voorleggen aan de rechter in meer dan 7 van de 10 gevallen het resultaat “rechtvaardig” vinden en dat zij over het algemeen vertrouwen hebben in een eerlijke behandeling door de rechter. Daarnaast vinden ze rechters betrouwbaar en rechtbanken belangrijk bij het afdwingen van hun rechten.[1]

Net als in de rest van onze samenleving, is ook in het recht sprake van digitalisering. Binnenkort moeten advocaten bij de rechtbank en het gerechtshof bijvoorbeeld digitaal gaan procederen. Hoe dat gaat, lees je in één van onze volgende blogposts. In de volgende editie zal eerst worden uitgelegd wat onze advocaten en de rechters in de rechtszaal dragen en waarom.

Mocht u naar aanleiding van deze of andere blogposts vragen hebben over procedures, neem dan gerust contact met mij op.


[1] Bron: Geschilbeslechtingsdelta 2014 via http://wodc.nl/onderzoeksdatabase/2406-geschilbeslechtingsdelta-2014.aspx en https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Rechters-betrouwbaar-en-rechtvaardig.aspx