Procederen bij de kantonrechter mag iedereen. In de wet staat namelijk, dat je bij de kantonrechter “in persoon” mag verschijnen. Je hoeft daarvoor dus geen advocaat te zijn. Dit komt omdat de kantonrechter een aantal specifieke zaken behandelt die zich hiervoor (eerder) lenen. Hoe dat precies werkt, lees je in de vorige blogpost van Aubrey.

Toen ik in het derde jaar van mijn rechtenstudie zat, werd ik door iemand gevraagd of ik voor hem een zaak wilde doen bij de kantonrechter. Het betrof een conflict met zijn werkgever en hij moest daarvoor bij de kantonrechter verschijnen. En enthousiast als ik ben, zei ik ja.

Later werd ik toch wel een beetje zenuwachtig, omdat ik nog helemaal geen ervaring had met het optreden voor een rechtbank.

Op de universiteit heb je wel de oefenrechtbank. Je krijgt voor het eerst een toga aan en bepleit een fictieve casus tegen een medestudent. In de oefenrechtbank neemt een echte rechter plaats, naast twee docenten. Na afloop krijg je dan feedback. Best spannend, maar dat is natuurlijk toch anders dan een zitting voor een echte rechtbank, waarbij het om echte belangen gaat.

Ik was dan ook best wel nerveus toen ik naar de zitting moest. Gelukkig is het dragen van een toga bij de kantonrechter niet verplicht (en ook niet gebruikelijk), waardoor het niet zichtbaar was dat ik nog studeerde. Ik had mijn verhaal goed voorbereid en ook een soort pleitnota op papier gezet. Dat was achteraf niet echt nodig, maar gaf me wel houvast. Toen we uiteindelijk in de zittingzaal zaten, bleek de rechter namelijk heel informeel te zijn. Hij stelde vooral veel vragen aan de partijen zelf, dus aan de werkgever en werknemer. Wel werd ik gevraagd om een toelichting te geven op het juridische verweer dat ik namens de werknemer had gevoerd. Dat had ik gelukkig goed voorbereid en ging me goed af.

De zaak eindigde goed voor de werknemer die ik had bijgestaan, omdat hij een mooie vergoeding meekreeg van de werkgever van wie hij afscheid nam. Ik had het er dus goed vanaf gebracht, ook al vond ik het behoorlijk spannend. Het was dan ook een goede “oefenrechtbank” voor mij. En uiteindelijk heeft natuurlijk ook elke rechtenstudent die advocaat wordt een keer de vuurdoop van zijn eerste zitting.

Inmiddels ken ik het klappen van de zweep en hoef ik gelukkig niet meer nerveus te zijn voor zittingen. Of die nu bij de kantonrechter zijn, bij de gewone rechtbank of het gerechtshof. Al blijft er altijd een natuurlijke spanning voor elke zitting. Die is ook nodig voor wat adrenaline, zodat je tijdens de zitting scherp aan de wind kan varen, je wederpartij de wind uit de zeilen kan nemen en als winnaar eindigt. Net als zeilsters Afrodite Zegers en Anneloes van Veen, met wie wij een samenwerking zijn aangegaan op hun weg naar de Olympische Spelen van 2020 in Tokyo. Zij gaan daar natuurlijk voor goud, net als wij dat doen bij elke zitting.

In de volgende editie zal worden uitgelegd hoe het er aan toe gaat bij de gewone rechtbank, waar je wel alleen als advocaat kan procederen en dus in toga moet verschijnen.

Mocht u naar aanleiding van deze of andere blogposts vragen hebben over procedures, neem dan gerust contact met mij op.